|
HET LEVEN VAN DE OSMANI'S (1)
Elke akrobaat heeft ooit wel eens van hen gehoord of kent ze
misschien persoonlijk, Connie en Julia Osmani. Twee enthousiaste
vrouwen die ongeveer 36 jaar het beroep van akrobaat hebben
uitgeoefend en nu al jaren akrobatiekles geven. We hebben hen in
hun gezellig appartement in Amsterdam opgezocht voor een
interview. Dit resulteerde in een verslag over hun leven en
werk, waarvan hier het eerste deel.
Ze komen niet uit een akrobaten- of circusfamilie. Hun moeder was
een Brabantse die op kostschool zat. Vader was van Poolse
afkomst, woonde in Amsterdam en zat in de diamantenverkoop.
Uiteindelijk zijn hun ouders in Amsterdam gaan wonen en kregen
zes dochters en twee zonen.
Aangezien vader heel veel van zingen hield, muziek, opera,
concerten, theater en artiesten (nadoen), kwamen de kinderen al
jong in contact met deze disciplines. Zes kinderen kregen
zangles, een broer is violist geworden en heeft een eigen band
opgericht, een zus speelde als enige meisje hoorn in een
harmonie, twee zusjes werden balletmeisjes in de revue. Ook
Connie en Julia zaten op een balletschool waar Jan, later Julia's
echtgenoot, af en toe langs kwam.
Jan had met vier mannen een trapezenummer en vertoefde veel in
het buitenland. Wanneer hij in Nederland was en de balletschool
bezocht, leerde hij de meisjes akrobatische trucjes. Zo heeft
Julia hem en de akrobatiek leren kennen.
De andere balletmeisjes hielden na verloop van tijd op, maar Julia bleef interesse houden
voor akrobatiek. Zij trainde ondermeer met hem in zijn
sportschool Oude Schans, wat een ontmoetings- en trainingsplek
voor artiesten was.
Optreden
In '37-'38 viel Jan's groep uit elkaar en hij stelde Julia voor
om samen een act te gaan maken en op te gaan treden. Julia, die
altijd samen was met Connie, zei alleen mee te willen doen als
Connie ook mee mocht werken. Voor Jan was dat geen probleem en
Connie, die nog niet zo lang trainde, wilde wel meedoen, maar als
onderpersoon.
Na een jaar trainen stond er een act met Connie als onder-, Jan
als tussen- en Julia als bovenpersoon. De eerste tijd, ze waren
ongeveer 16 en 18 jaar, traden ze op in clubs (onder andere de
balletschool) en kleine theaters. Later in heel Nederland bij
politiek cabaret, tijdens verkiezingen voor de Communistische
Partij.
Dit alles gebeurde enkel in de weekenden, want
doordeweeks hadden ze een andere baan. Toen de mobilisatie kwam,
traden ze op voor de militairen en vanaf dat moment zijn ze
beroeps geworden.
Zuid-Amerika
Via Jan hadden ze al een theateragent, wat noodzakelijk was
toentertijd, die werk voor hen binnenbracht. Daarmee begonnen
optredens over de hele wereld. Ze moesten werken om te leven en
dus alles aannemen, ondanks de politieke toestanden en
tegenstrijdigheden in bijvoorbeeld Spanje, Cuba, Zuid-Afrika,
Moskou, Nederland en Zuid-Amerika. Gelukkig hebben ze daarvan
nooit echt hinder ondervonden of met iemand moeilijkheden gehad.
Na een contract van drie maanden in Spanje belandden ze voor
tweeenhalf jaar in Zuid-Amerika waar zij, wegens zwangerschap van
Julia, een meisje moesten intrainen als vervangster. Dat meisje
heeft nog zeven jaar met Connie, Jan en Julia gewerkt. Julia had
inmiddels een zoon en een dochter, die beiden natuurlijk al op
jonge leeftijd werden getraind. Toen het meisje hen verliet en
Jan ophield (hij had niet zo'n geduld om met kinderen te werken),
zijn de zoon op 14-jarige en de dochter op 11-jarige leeftijd mee
gaan doen.
De naam Osmani, waarvan zijzelf het ontstaan en de
betekenis niet meer weten, bleef voortbestaan!
Dienstplicht
Jarenlang hebben Connie en Julia met de zoon en dochter van Julia
samengewerkt. Toen zoonlief echter 18 werd, moest hij in
militaire dienst. Dat zou voor hen een hele strop betekenen,
omdat hij eigenlijk de hoofdpersoon was in hun nummer. Hij maakte
namelijk de prachtige hoge handstanden en de sensationele
salto's. Connie en Julia hadden het met het leger op een
akkoordje kunnen gooien, dat wanneer er een contract was voor
langere tijd hun zoon er onderuit kon komen. Er werd druk
gecorrespondeerd over de hele wereld en het eerste contract kwam
uit Ierland, waar hevig strijd tussen de katholieken en de
protestanten gaande was. Eigenlijk zaten ze daar dus niet echt op
te wachten, maar hadden in deze situatie geen andere keus.
Circus Fosset
De ellende begon al bij de heenreis. De artiesten gingen per
vliegtuig naar Dublin, de bagage zou per boot overkomen. Vanwege
een staking kwam de bagage echter niet. Via de consul kregen ze
na geruime tijd hun attributen en kostuums terug.
Het familiecircus Fosset was eigenlijk maar een klein
rotcircusje. Het werd 's zomers gerund door vijf broers, die 's
winters in een fabriek werkten. Zo was een van de broers clown,
muzikant en mechanicien en dat vaak (wegens vele mankementen)
tegelijkertijd, zodat hij dikwijls met smerige handen in de piste
optrad.
De familie bezat een olifant en een lama, waarvoor men geen voer
had, zodat er met de beide beesten door de stad werd gelopen om
eten op te halen. Eigenlijk was er sowieso te weinig geld om de
artiesten in een keer uit te betalen, waardoor de Osmani's zo nu
en dan hun ponden via de brievenbus van hun caravan toegeschoven
kregen. Maar de sfeer was zo vertrouwd en goed dat ze dat voor
lief namen.
Irish mud
Het circus stond elke dag in een andere plaats, dus moest er veel
werk worden verzet. Gelukkig hoefden Connie en Julia de tent niet
mee op en af te breken. Zo konden ze luid lachend toezien hoe
bijvoorbeeld de plankiers werden neergelegd maar niet vastgezet,
zodat de planken steeds omhoog klapten zodra er iemand aan een
kant op ging staan of zitten. En omdat het in Ierland vaak regent
en de tent daardoor meestal op een modderige ondergrond stond,
waren de plankiers heel belangrijk. Veel waarde werd daar niet
aangehecht, want nog bijna voor het einde van de voorstelling
werden de planken in allerijl al onder de voeten van het publiek
weggehaald zodat de mensen letterlijk in de prut stonden.
Vanwege de viezigheid wilden de Osmani's in eerste instantie ook
niet optreden. Ze droegen tijdens hun nummer mooie witte
zelfgemaakte kostuums, maar de tafel waarop ze moesten werken was
steeds weer te smerig. Connie's protest hiertegen haalde niet zo
veel uit, want de ene na de andere broer verwees haar door naar
een andere broer. En dat vijf keer, dus dat schoot niet op en er
moest toch gewerkt worden. Bovendien waren ze de belangrijkste
act en daarom het laatste nummer in de voorstelling. Vol trots en
bravoure werden ze aangekondigd als beste act ter wereld, maar
tussen neus en lippen werd vervolgens fluisterend gevraagd: hoe
heten jullie ook al weer? Het voordoek werd vervolgens door
niemand open gehouden, want doordat het in flarden hing, zouden
daar te veel mensen voor nodig zijn. Eenmaal in de piste gebeurde
het soms dat er, natuurlijk ook nog net tijdens een mooie hoge
truc, werd geroepen: 'Afbreken, de tent zakt in!'.
Ondanks dat het vaak een zootje was is circus Fosset, dat nu nog
bestaat, Connie en Julia zeer dierbaar.
Yvonne Swinkels
|