|
HET LEVEN VAN DE OSMANI'S (2)
Geldzaken
In Engeland werken was in de tijd van de Osmani's je van hét, dat was het
land van de variété. Daar was je echt artiest ook al had je nog zo'n klein
nummertje. Engeland was toentertijd nog belangrijker dan bijvoorbeeld
Berlijn. Maar de wereld is groot en via een Duitse agent, met contacten in
het hele Verre Oosten, belandden de Osmani's ook in Hong Kong en Thailand. Dus
weer ver van huis, terwijl Jan, Julia's man, in Nederland 'de wacht hield'.
Eén van de belangrijkste zaken die Jan hen altijd had ingeprent was: 'Een
beetje honger lijden geeft niets, spaar eerst geld zodat je altijd terug kunt
gaan naar Nederland!'
Deze wijze raad kwam hen goed van pas in Hong Kong, waar de baas ze vertelde
dat er geen geld was om ze uit te betalen. Een Duits echtpaar kon eveneens
naar hun centen fluiten, maar doordat de Osmani's al een paar maanden
onderweg waren, hadden ze natuurlijk al wat geld voor de terugreis gespaard.
Dat nam echter niet weg dat deze hele kwestie een schop tegen het zere been
was van Connie en Julia. Zij hadden er per slot van rekening al voor gewerkt
en wilden dus geld zien.
Connie, die de financiële zaken regelde, liet zich niet van haar stuk
brengen en stapte naar de directeur. Er werd haar van alles aangeboden, maar dat
broodje en dat kopje koffie bedankte ze star en bleef bij de man in het
kantoorje zitten. De dag daarna stond ze weer op de stoep en zo duurde het
ongeveer één week eer ze wat geld ontvingen. De kosten waren door dit wachten
inmiddels opgelopen, want de trip naar Thailand had verschoven moeten worden
en de huur van de kamer liep door. Uiteindelijk kregen ze het gehele bedrag
pas in handen, via hun impresario, toen zij goed en wel in Thailand waren.
Ze hadden het geluk dat ze met goede en betrouwbare agenten werkten, waardoor
dit gebeuren zich slechts twee keer in hun hele carrière heeft voorgedaan.
Krakeel in Caracas
De andere keer was dat namelijk toen ze in Zuid-Amerika in een Chinese show
werkten. Er waren twee akrobatieknummers en elke groep zou om de veertien
dagen twee weken werken. Heel plichtsgetrouw en uit gewenning spaarden de
Osmani's iedere week $ 50 voor de terugreis, wat natuurlijk ook noodzakelijk
was omdat er met het hele gezin teruggevlogen moest worden.
De baas van de show was een Italiaan, die zelf wel een goed artiest was, maar
helaas geen zakenman. Zo kon het gebeuren dat de Osmani's na anderhalf jaar
werken te horen kregen dat er geen geld was. Dat hij daarmee bij Connie en
Julia aan het verkeerde adres was werd hem snel duidelijk. Het alternatief
waarmee hij kwam, was dat hij voor vijf dagen een theater had afgehuurd en
dat ze bij de kassa konden gaan staan om zodoende hun geld te innen. Na die
vijf dagen was alles dus mooi geregeld en kon er huiswaarts worden gekeerd.
Ware het niet dat er een man op Julia toe kwam. Deze bezat een groot lunapark
en heeft hen op de valreep nog weten te strikken voor optredens gedurende de
weekends. Dat was dus eigenlijk een makkie en voor de kinderen een groot
feest, want ze konden gratis van de vele attracties in het park profiteren.
Na twee maanden langer verblijf hier in Caracas (Venuzuela) konden de
Osmani's hun wel-terug-verdiende huisreis aanvaarden.
Weer in Nederland
Vroeger was het zo dat je de artiesten er meteen uithaalde, maar als artiest
moest je er ook hard voor werken en zaken doen. De Osmani's hebben dat
gedaan, ze namen alle opdrachten aan. Dat moesten ze doen om te kunnen leven,
maar ze wilden dat ook omdat een groep er snel uitlag als er een tijdje niets
meer van gehoord of gezien was. Dus naast de optredens waren er de dagelijkse
trainingen en het maken, repareren en verzorgen van de kostuums en schoenen.
Ze zorgden ervoor dat hun presentatieplaatje en hun nummer er zeer verzorgd
en goed uitzagen, want dan hadden ze op hun beurt een sterke
onderhandelingspositie. Zo konden ze zich later in hun carrière de luxe
permiteren om leuke plekken en landen uit te zoeken om op te treden. Hun
nieuwsgierigheid, de hunkering naar afwisseling en het avontuur waren hun
drijfveren om de wereld door te trekken. De ene keer werkten ze in een circus
(vooral leuk op jongere leeftijd) waar vaak een familieband heerste met
verschillende jonge mensen, waar het gezellig feesten was na afloop en waar
de laatste voorstelling gedoemd was één grote mislukking te zijn. De andere
keer werkten ze in een cabaret (leuker op oudere leeftijd) wat chiquer was en
waarin ze soms zelfs het enige nummer waren, wat natuurlijk ook de nodige
charme had. Op straat hebben ze nooit gespeeld, want Jan moest daar niets van
weten en bovendien heerste dat soort cultuur toen nog niet zo.
Nederland was sowieso niet erg 'theater-minded', de contracten hier waren
kortstondig en er werd aanzienlijk minder betaald. Bovendien was in het
buitenland de kans groter gezien en bekend te worden, want de agenten reisden
over de hele wereld.
Wanneer de Osmani's in Nederland waren en het voor hen noodzaak was om te
werken, gingen ze naar het Rembrandtplein waar impresario's en artiesten
bijeen kwamen om zaken te doen. Zo konden ze ondermeer optreden in een
bioscoop (voor de hoofdfilm), het Royal Theater (was toen een variété-huis)
en het City Theater.
Maar het buitenland bleef trekken en zo zaten ze op 52- en 54-jarige leeftijd
in Egypte. Julia's dochter vertoefde met man en twee kinderen in Israël,
waar dochterlief ziek werd en ze Julia belde voor oppas. Connie en Julia die door
het artiestenleven `gehard' waren (de show must go on!) dachten dat het wel
mee zou vallen. Echter weer terug in Nederland belde de dochter vanuit
Duitsland met weer dezelfde mededeling en vraag. Jan stuurde hen tweeën
daar naartoe. Aangekomen in Berlijn bleek de dochter flink overspannen te zijn en
tezamen zijn ze teruggegaan naar Amsterdam.
AOW
Julia vond dat haar dochter en diens kinderen voor alles gingen. Ze wilde
voor haar kleinkinderen zorgen om haar dochter op die manier te ontlasten en
door te kunnen laten werken. Dat heeft Julia doen besluiten om zelf te
stoppen met optreden. Connie vond het geen probleem, bovendien speelde hun
leeftijd natuurlijk ook mee en ergens moest er ooit een grens worden
getrokken. In Nederland hadden ze al een pensioenverzekering en later kregen
ze een AOW-uitkering om van te leven, dat was dus prettig geregeld.
Na jaren verzorging van de kinderen kregen ze iets meer rust. Op dat moment
werden ze gebeld door iemand die met een clubje mensen een clowneske show met
akrobatiek erin wilde maken. Connie en Julia gingen daar op in en zijn met
deze mensen gaan trainen. Daarna belden steeds meer geïnteresseerden en de
Osmani's groeiden daarin mee. Zodoende begeleiden ze nu drie groepen in de
week. Hierin herkennen ze namelijk hetzelfde enthousiasme dat hen ook in hun
eigen artiestenleven zo heeft gedreven.
Wanneer ze hun leven over zouden mogen doen, dan zou het weer hetzelfde
zijn:
geheel à la Osmani!
Yvonne Swinkels
|